Het ontwikkelen van psychosociale weerbaarheid is een sociaal gebeuren. Of een kind weerbaar is , wordt zichtbaar in de interactie met zijn sociale omgeving. Vandaar ook het belang om op school bewust hier aan te werken en te integreren in het gehele onderwijsprogramma.
Het uitgangspunt is om kinderen, via spel en beweging, in een groep een leerervaring aan te reiken. De groep dient als oefen podium. In het kader van de relatie vorming volgt er een natuurlijk ontwikkelings verloop van activiteiten die gericht zijn op het naast elkaar, tegen elkaar en samen met elkaar spelen tot uiteindelijk zoveel mogelijk zelfstandig zijn. In de groep vinden kinderen herkenning en ondersteuning; Het kind kan nieuwe relaties aangaan, zijn zelfbeeld verstevigen, het gevoel van eigenwaarde, zijn zelfvertrouwen en sociale vaardigheden vergroten. Het vinden van zijn eigen identiteit en veranderlijkheid. De leerkracht observeert en contempleert de kinderen, om hun essentie en ontwikkeling te zien. Hij/zij moet steeds weer nagaan of zijn/haar denken over een kind klopt.
Uitvoeringsvorm:
De training bestaat uit zes bijeenkomsten van één uur voor een groep. Iedere bijeenkomst heeft een eigen thema waarin verschillende vaardigheden worden aangereikt en geoefend. De volgende thema’s komen aan bod:;
Kennismaken en grenzen, Grenzen en zelfbeeld, Opkomen voor jezelf, Samenwerken, Pesten en gepest worden, Omgaan met problemen, Oplossingen bedenken
De opvoedingssituatie, meestal bestaande uit ouders, kinderen en leerkrachten, is onmisbaar en van groot belang voor het stimuleren van de ontwikkeling van een stevige en meer blijvende vorm van psychosociale weerbaarheid.